vrijdag 24 maart 2017

Extra lang weekend Limburg 16-3 t/m 20-3-2017


Het is de laatste jaren een gewoonte dat manlief, mijn schoonzusje en ik in maart of april voor een extra lang weekend naar Valkenburg gaan. Ook dit jaar deden we dit weer. Mijn schoonzusje had zich als reisleidster opgeworpen en een leuk programma samengesteld.
Ondanks dat de weersvoorspellingen niet al te best waren was het de eerste dag mooi en zonnig weer.


Allereerst stond op weg naar Valkenburg een bezoek aan Museum de Fundatie op het programma. Al vaker brachten we een bezoek aan dit museum maar deze keer wilde we de expositie Droomwerk van Marte Röling bezoeken.
Röling ontwierp een reeks “droombeelden”, dat wil zeggen beelden die ze heel graag zou willen maken maar die om verschillende redenen nooit gerealiseerd gaan worden.

Sommige zouden eenvoudigweg te groot worden, andere zijn in technische zin niet haalbaar en weer andere blijven dromen vanwege de uitzonderlijke locatie die de kunstenares ervoor uitkoos. Door de ontwerpen in te tekenen en te schilderen op foto’s, waarvan ze de meeste zelf maakte, zijn de beelden desondanks – en letterlijk – voorstelbaar geworden. Wel echt uitgevoerd en ook te zien op het kasteel zijn Rölings recente ‘prikbeelden’, speelse sculpturen vol kleur en beweging, die op of aan metershoge staande stangen, oftewel prikkers, worden gepresenteerd.
Voordat we het museum ingingen dronken we eerst koffie op het terras buiten. Het was heerlijk zitten in de zon.


Het museum heeft ook een prachtige beeldentuin. Maar deze tuin bezochten we deze keer niet. 



Deze tafel, met opschrift verzet, en stoelen zijn van glas
In de tuinzaal, die we als laatste bezochten, was het werk van Marte Röling te zien. Ik vond het bijzonder mooi, foto's die beschilderd waren.

Sahara-skybeelden,2016, beschilderde foto, 90 x 140 cm
Bovenstaande foto heb ik van internet gehaald, omdat de foto's achter glas zaten waren ze niet mooi te fotograferen.


Na ons bezoek aan het museum reden we direct naar Valkenburg waar we koffie dronken bij de Stationnerie. Dit restaurant is gevestigd in het station van Valkenburg. Het station geldt als het oudste nog bestaande van Nederland. Het uit mergelblokken opgetrokken gebouw werd geopend op 23 oktober 1853. 
Natuurlijk dronken we hier koffie met een stuk Limburgse vlaai want we zijn tenslotte in Limburg.



Hierna gingen we naar het hotel om ons in te checken. 's Avonds gingen we ergens eten in een restaurant (mijn schoonzusje had voor alle dagen ook al een voorstel gemaakt om ergens te gaan eten)

Na een heerlijk nachtrust en een goed ontbijt gingen we de volgende dag een route rijden. Het was de autoroute Drielandenpunt.
De route begon in Moelingen in België.



 De route voerden ons door het prachtige heuvelland en we hadden regelmatig prachtige panorama's. ook waren er verschillende bezienswaardigheden onderweg. Er stonden verschillende kerken op onze routebeschrijving maar helaas waren alle kerken dicht.


De hal van de Sint-Lambertuskerk in 's Gravenvoeren was wel open zodat we door een glazen wand de kerk in konden kijken.

Sint-Martinuskerk in Sint-Martens-Voeren


Natuurlijk gingen we ook een kijkje nemen bij het Spoorwegviaduct. Tijdens de eerste Wereldoorlog gaven de Duitse bezetters opdracht tot de aanleg van een spoorlijn tussen Aken en Tongeren. Het meest opvallende kunstwerk op het traject is het spoorwegviaduct met een lengte van 250 meter, net buiten de dorpskern van Sint-Martens-Voeren. Het spoorwegviaduct steekt 18 tot 23 meter boven het landschap uit.




We genoten van alle moois van wat we onderweg zagen.
Ook kwamen we langs een klein monument wat ons stil deed staan bij de gruwelen die er in de oorlog gebeurde. Het monument bevindt zich op de grens tussen Vlaanderen en Wallonië. Tijdens de eerste WO was hier een netwerk van hoogspanningsdraden gespannen die moesten voorkomen dat men van bezet Duits gebied naar het neutrale vrije Nederland zou vluchten. De versperring was zo'n 2 meter hoog. Zoals steeds waren de mensen zeer inventief om te vluchten: met polsstok over de draden springen, een houten ton tussen de draden om een opening te krijgen..... velen echter, volgens sommige bronnen 3000 vonden hier de dood.


Kasteel Beusdaal
Ons route voerde ons naar het Drielandenpunt in Vaals.




In Slenaken bevindt zich bij de kerk een drinkbak met een beeldje erop.


Op het kerkhof bevinden zich nog zeer mooie smeedijzeren grafkruizen.


In Mheer liepen we de binnenplaats van kasteel Mheer op.



Vandaag viel het weer gelukkig ook mee. We hebben genoten van de mooie autorit. 's Avonds gingen we weer gezellig uit eten.

Zaterdag waren de weergoden ons helemaal niet goed gezind. Het regende al behoorlijk toen we aan het ontbijt zaten en dat is de hele dag zo gebleven. Er stond een autorit naar Monschau in de Eifel en richting Heimbach op het programma. In Monschau bezochten we de Glashütte. Het is een glasblazerij en een museum.
In het museum kan men divers glaswerk bekijken dat tentoongesteld is. Maar men kan ook de glasblazerij bekijken waar op ambachtelijke wijze glas geblazen wordt. De meest uiteenlopende glaswerken worden er  gemaakt. Van drinkglazen, borden en vazen tot mooie kunstobjecten.
Deze keer bestond er ook de mogelijkheid om zelf glas te blazen. Natuurlijk wilde ik dit ook wel eens proberen en met veel hulp van de glasblazer lukte het me dan ook.


Mijn eigen geblazen bol

Vervolgens gingen we naar het Mariawald klooster. Wij noemen dat klooster altijd het snertklooster.
Het klooster ligt hoog op de heuvels van de Kermeter, te midden van uitgestrekte bossen in de buurt van Heimbach
Het klooster is vooral bekend als attractie voor dagjesmensen en wordt met name bezocht vanwege de heerlijke erwtensoep. Verder beschikt het complex ook over een eigen likeurfabriek, waaruit Mariawalder Klosterlikeur (35% vol) en de donkere, ietwat bittere Trappisten-Abteitropfen (32% vol) verkocht worden.
Wij houden ons alleen bij de erwtensoep.
Onze rit door de Eifel was wel mooi maar door de regen konden wij niet ver kijken en ik heb daarom ook geen foto's gemaakt.


Zondags stond de Grottenbrunch op het programma. Het weer was gelukkig ook weer veel beter dan de dag ervoor. We hebben deze brunch al vaker gedaan en we vinden het steeds weer een succes. Ook deze keer hebben we er erg genoten van het heerlijke eten. Ruim 4 uur hebben we aan tafel gezeten.




's Avond hebben we nog wat spelletjes gedaan in het hotel en moesten de tassen al weer gepakt worden want de dag erop was ons lange weekend alweer voorbij.

Ook de dag van de terugreis regende het en hoe verder we naar het noorden gingen hoe erger het werd. We reden niet direct naar huis maar besloten een omweg te nemen om zo in Oudenbosch de prachtige Basiliek H.H. Agatha en Barbara te bezoeken.  Op het blog van Mizzd had ik al eens foto's van deze Basiliek gezien toen zij in Oudenbosch een wandeling deed. Vanwege zijn omvang en Romeinse vormen is de kerk een weerspiegeling van de grote Sint Pieter in Rome. Toch is de Basiliek van Oudenbosch wel 16 keer kleiner dan de kerk in Rome. In 1865 is men begonnen met de bouw van deze Basiliek.











Het was jammer dat mijn reisgenoten niet goed kunnen wandelen want ik zou er graag de culturele wandeling hebben willen wandelen. Misschien nog eens een optie voor een volgende keer. Kunnen mijn reisgenoten wel een terrasje pikken.
Als afsluiting van ons weekend gingen we nog eten bij de Italiaan en toen was ons weekend ten einde. Je kijkt er lang naar uit maar het vliegt voorbij.

Het was een heerlijk weekend en mijn schoonzusje bleek een uitstekende reisleidster te zijn. Wat manlief en mij betreft is ze het eventueel het volgend jaar weer. Ze had een prima programma samengesteld. 
Namens manlief en mij hartelijk dank hiervoor.

donderdag 16 maart 2017

Zou het me nog lukken? (Oefentochtje van 20 km 13-3-2017)


Aangezien ik dit jaar de Vierdaagse van Nijmegen weer wil gaan lopen wordt het de hoogste tijd om te trainen. Manlief moest maandag voor controle naar het UMCG in Groningen en ik vond dit een mooie gelegenheid om een stuk met hem mee te rijden en dan naar huis terug te lopen. Ter hoogte van Foxhol stapte ik op de Oude Rijksweg uit. Ik zag meteen op het fietspad dat er veel aan de veiligheid voor fietsers is gedaan de laatste ander half jaar.
Ik wist van tevoren al dat het een niet erge interessante route zou worden. Het eerste stuk liep ik op de Oude Rijksweg langs het Winschoterdiep. 


Als je loopt zie je toch meer dan wanneer je er met de auto langs rijdt want ik had deze oprijlaan met dat huis in de verte nog nooit eerder gezien.



Vroeger bevonden zich zeer veel scheepswerven aan het Winschoterdiep. De scheepsbouw was in het verleden een bloeiende industrie.Helaas is er van deze eens zo bloeiende industrie weinig meer over op een paar scheepswerven na.




Toen we in de auto richting Foxhol reden zagen we al steeds reeën in het open veld maar toen ik richting het industrieterrein van Martenshoek zag ik er in de verte ook vier lopen. Omdat ik maar een eenvoudig camera heb staan ze niet al te duidelijk op de foto.
Een kraai liet zich wel gewillig op de foto zetten en leek zelf te poseren.


Ik kwam door het centrum van Hoogezand/Sappemeer en passeerde verschillende kunstwerken.
Thuis heb ik opgezocht wat de kunstwerken moeten uitbeelden.



De Boeg van Nico Bulder.
Aanleiding voor dit Boegmonument was de demping van het Oude Winschoterdiep. 
De steven opgeheven. De oude trotse kracht is moeiteloos te herkennen. Maar voor hoelang? De ribben zijn al jaren leeg gevreten. Het water was eens haar levensgrond. Nu is het niet meer dan een zielig plasje. Hoogstens een klein deel van de kiel kan daarin gedijen. De rest van het schip sterft af of is al afgestorven door het ontbreken van water. Met deze boeg wordt niets meer doorkliefd.
Met deze boeg wordt teruggekeken naar een grootse tijd. Een tijd vol beloftes en voorspoed. Een tijd die daarbij ook voor velen zwaar is geweest, heel zwaar. De levende tijd van weleer. Toch onthult dit beeld tegelijkertijd de toekomst. Vanuit de restanten van dit schip kan er zo weer opgebouwd worden. De kracht van vroeger is immers nog steeds aanwezig. Ooit zal deze boeg weer varen.



De Haan.
Het beeldje van de haan is gemaakt door de Groninger kunstenaar Klaas van Dijk (1913-1990).
De smeedijzeren haan staat op een zinken sokkel en symboliseert “de waakzaamheid welke moet worden betracht wanneer wij zien naar de zich snel wijzigende toekomst” De gedachte achter het kunstwerk is nog steeds van deze tijd. Voor je het weet is er iets weg wat misschien nooit meer terug komt (historische panden, scholen, monumentale bomen etc.)
Het beeldje is geplaatst na de realisatie van de “boulevard”, de brede straat die in plaats kwam van het Oude Winschoterdiep. 


De scheepsjager
De scheepsjager is een bronzen beeld van kunstenaar Ger Piek.
De scheepsjager is gevangen juist op het moment dat het schip vlak bij hem is. Hij staat op het punt het touw te werpen waarmee het schip vastgemaakt zal worden. Daarna zal hij het andere eind van het touw, de treklijn, aan het tuig van zijn trekpaard bevestigen. Het zware werk kan dan beginnen. De schepen liggen diep in het water. Beladen met turf of landbouwgewassen. Hoog opgestapeld op het dek om maar zoveel mogelijk te kunnen vervoeren. Kort en breed zijn paard en jager. Stapje voor stapje zullen zij hun vracht verplaatsen over het kanaal. Zij gaan tot het punt waar een volgende jager het van hen zal overnemen. Daar aangekomen zullen zij uitgeput zijn. Hun schamele loon ontvangen ze daar, op het eindpunt. Voor het paard is er voer, voor de jager wat centen. Of in natura, jenever. Het was een ruig leven, dat zorgde voor ruige mensen.
Deze scheepsjager is een bevoorrechte. Hij heeft een paard tot zijn beschikking. Anderen moeten het doen met de trekkracht van vrouw en kinderen.


Dit beeldje staat bij een kunstenaar in de eigen tuin.




Ik passeerde de voormalige Rijks Hogere Burgerschool. Het gebouw werd in 1868 gebouwd in de eclectische stijl en heeft een classicistische voorgevel. De voordeur werd alleen gebruikt na diploma-uitreikingen, de ingang is gelegen in de westelijke zijgevel. Op het dak staat een houten klokkentoren, met een achthoekige lantaarn met koepeldak. In de lijst boven het fronton staat "Rijks Hoogere Burgerschool".
Aletta Jacobs werd volgens in 1870 toegelaten als toehoorder tot deze RHBS. Zij was daarmee het eerste meisje dat een hbs bezocht. 

Toen ik Sappemeer uitliep zag ik de Historische Scheepswerf Wolthuis.




Deze historische werflocatie is met recht een historische plaats, waar sinds het einde van de 17de eeuw vele honderden houten en stalen schuiten, smakken, pramen, tasken, tjalken, schoeners en bolschepen werden gebouwd en gerepareerd.
Het is ook de enige overgebleven, nog herkenbare werflocatie in de veenkoloniën. De machines uit begin twintigste eeuw staan er nog, waaronder een knipschaar, ponsmachine, drukker en spantenbuiger. 
De organisatie bestaat louter uit vrijwilligers.





Onderweg was duidelijk te zien dat de lente echt in aantocht was. Vooral de paarse krokussen vind ik altijd zo mooi.


Dit huis viel me op door zijn aparte vorm, met dat soort torentje. Ik liep een stuk langs het Borgercompagniesterdiep. Een weg waar mij regelmatig auto's passeerden. Over dit diep zijn er veel van onderstaande bruggetjes te zien.


Omdat ik nog steeds geen selfie kan maken met mijn camera heb ik mezelf maar zo op de foto gezet.


In de verte zag ik het Torentje van Trips. Dit is een verbouwde watermolen die zich aan de rand van het Adriaan Tripbos bevindt.  Dit Torentje kan gehuurd worden als een vakantieverblijf.


Op het Drie Gemeenten punt zag ik het kunstwerk Toegangspoorten.




Toegangspoorten is geplaatst op het “Drie Gemeenten punt”  
De sculptuur markeert een symbolisch monument met poorten, die toegang verlenen tot het grondgebied van Menterwolde, Veendam en Hoogezand-Sappemeer. De drie openingen wijzen in de richting van respectievelijk Sappemeer, Menterwolde en Veendam. De steensoorten geven elk uitdrukking aan een kenmerkend aspect van de drie gemeenten. Zo is de kolom van Sappemeer van wit graniet, dat met zijn kleur als schuim en nevel verwijst naar het Sap- of Duivelsmeer, waarvan vroeger werd aangenomen dat het er spookte. De kolom van Menterwolde is van een blauwgrijze hardsteen, welke door zijn kleur en het golvende patroon van de spitsbeitel bewerking het riviertje de Mente, waarnaar deze plaats is vernoemd, beeldend tot uitdrukking brengt. De derde kolom is van bruin graniet en verwijst in zijn kleur en structuur naar het veen, waaraan Veendam haar naam te danken heeft.


Gelukkig hoefde ik niet over dit bruggetje hoewel het misschien wel zou meevallen omdat er een soort leuning aan zit.



De bijna 20 km die ik gewandeld heb vielen me gelukkig niet tegen. Wel zal ik nog heel wat kilometers in de voeten moeten zien te krijgen wil ik de 4daagse zonder problemen kunnen volbrengen.
Dus dat wordt de komende maanden nog flink wat trainen.

NB: Voor dit postje heb ik veel informatie van internet gehaald.